Ga naar hoofdinhoud
Terug naar blog
Meerdere vestigingen, één klantbeeld: waarom het hoofdkantoor het overzicht kwijtraakt

Meerdere vestigingen, één klantbeeld: waarom het hoofdkantoor het overzicht kwijtraakt

Bij één vestiging is het overzicht de eigenaar. Bij vijf niet meer. Dan houdt elke vestiging eigen lijstjes bij, ziet het hoofdkantoor pas achteraf wat er gebeurt, en wordt sturen op de formule gokken.

Rogier van Essen · Founder7 min lezen
Team in overleg in een vergaderruimte

Het is maandag en de directie wil weten hoe vestiging Noord ervoor staat. Het antwoord komt aan het eind van de maand, uit een spreadsheet die de vestigingsmanager zelf heeft samengesteld, met zijn eigen definitie van wat een lead is. Vestiging Zuid levert haar cijfers aan in een ander format. En een klant die bij twee vestigingen iets afneemt, staat in twee systemen, zonder dat een van beide dat weet.

Bij één vestiging is dat geen probleem: de eigenaar weet wat er speelt. Bij drie, vijf of twintig vestigingen is overzicht geen kwestie van even rondbellen meer. Het maakt dan niet uit of die vestigingen franchisenemers zijn die onder jouw formule werken, of bedrijven die je hebt overgenomen en die hun eigen systemen hebben meegenomen. Het probleem is hetzelfde: de klant bestaat per vestiging, en het beeld over het geheel moet iemand met de hand in elkaar zetten.

Dit artikel gaat over drie plekken waar het overzicht bij meerdere vestigingen wegvalt, waarom één pakket voor iedereen niet altijd het antwoord is, en waar je begint.

Drie plekken waar het overzicht wegvalt

Elke vestiging houdt eigen lijstjes bij

De ene vestiging werkt in een CRM, de andere in een spreadsheet, de derde in het systeem dat er al stond toen je hem overnam. Elk van die oplossingen werkt voor de vestiging zelf. Maar ze gebruiken elk hun eigen definities: wat een lead is, wanneer een klant actief is, wanneer een offerte als verloren telt. Wie de cijfers naast elkaar legt, vergelijkt geen vestigingen maar definities.

Het hoofdkantoor ziet pas achteraf wat er gebeurt

Rapportage is een maandelijkse export, samengesteld door iemand die daar eigenlijk geen tijd voor heeft. Tegen de tijd dat zichtbaar is dat een vestiging achterloopt, is dat al weken zo. Sturen op de formule wordt dan terugkijken: je ziet wat er is gebeurd, niet wat er nu gebeurt.

Dezelfde klant bestaat meerdere keren

Een klant die bij twee vestigingen iets afneemt, een landelijke klant die met drie vestigingen te maken heeft, of een aanvraag via de centrale website die met de hand naar de juiste vestiging moet worden doorgestuurd. Zonder één klantrecord weet niemand wat die klant in totaal afneemt, wie zijn aanspreekpunt is, of dat een collega hem vorige week al heeft gebeld.

Sturen op een formule met de cijfers van vorige maand is geen sturen. Het is terugkijken.

Eén klantbeeld is niet hetzelfde als één pakket

De eerste reflex is vaak: alle vestigingen op hetzelfde pakket. Soms is dat verstandig. Vaak is het niet haalbaar. Een franchisenemer is een zelfstandig ondernemer met een eigen boekhouding. Een overgenomen bedrijf heeft een systeem dat werkt, met mensen die ermee zijn opgegroeid. Alles tegelijk vervangen kost veel en levert pas op als de laatste vestiging over is.

Wat wel werkt, is één gedeeld klantbeeld met één set afspraken, en de systemen per vestiging daaraan gekoppeld.

  • Eén klantrecord voor de hele organisatie. De vestiging is een eigenschap van de klant, geen apart klantenbestand. Een klant die bij twee vestigingen komt, bestaat één keer, met beide vestigingen erbij.
  • Rechten per laag. Een vestiging ziet haar eigen klanten, een regiomanager zijn regio, het hoofdkantoor het geheel. Wat van de vestiging blijft, blijft van de vestiging; wat centraal nodig is, is centraal zichtbaar.
  • Aanvragen komen centraal binnen en gaan direct naar de juiste vestiging. Op basis van postcode, soort vraag of een vaste toewijzing, zonder dat iemand op het hoofdkantoor ze met de hand doorstuurt.
  • Rapportage is een gevolg, geen taak. Als elke vestiging op hetzelfde klantrecord werkt, is het overzicht per vestiging er vanzelf, en hoeft niemand aan het eind van de maand iets samen te stellen.
De vestiging is een eigenschap van de klant, geen apart klantenbestand.

Franchise of overname: hetzelfde probleem, een ander begin

Bij een franchiseformule schrijft de formule voor hoe er wordt gewerkt, maar zijn de franchisenemers zelfstandig. De eerste vraag is daarom niet technisch: welke gegevens ziet de formule centraal, en welke blijven van de franchisenemer? Leg dat vast in de afspraken met je franchisenemers, niet alleen in de software. Daarna volgt de inrichting: rollen, rechten en een omgeving per vestiging binnen hetzelfde systeem.

Bij groei door overnames brengt elke nieuwe vestiging haar eigen systemen en klantdefinities mee. Vervang die niet allemaal op dag één. Koppel ze eerst aan één klantrecord en één set definities, en beslis daarna per vestiging of het eigen systeem blijft of opgaat in het geheel. Zo is het overzicht er vanaf de eerste maand, en niet pas na de laatste migratie.

Hoe dat er bij een franchiseformule uitzag, staat in de case Franchise Operating System: klantinformatie die verspreid zat over mail, WhatsApp, documenten en losse systemen, rapportages die met de hand werden samengesteld, en daarna één omgeving met rechten per rol en vestiging en rapportages per vestiging, team en periode.

Vervang niet eerst alles om daarna overzicht te hebben. Koppel eerst, dan heb je het overzicht terwijl je beslist wat blijft.

Waar je begint

  1. Schrijf per vestiging op waar klantgegevens staan. Welk systeem, welke spreadsheet, wie het bijhoudt. Dit is meestal het eerste moment waarop zichtbaar wordt hoeveel versies van dezelfde klant er zijn.
  2. Spreek gedeelde definities af. Wat is een lead, wanneer is een klant actief, wanneer telt een offerte als verloren. Zonder dezelfde definities is elk centraal overzicht een optelsom van appels en peren.
  3. Bepaal per laag wie wat ziet. Vestiging, regio, hoofdkantoor, en bij een formule: wat blijft van de franchisenemer.
  4. Koppel eerst, vervang later. Hang de bestaande systemen aan één klantrecord. Welke systemen op termijn blijven, beslis je daarna, per vestiging.
  5. Begin bij één rapportage die nu met de hand wordt gemaakt. Als die vanzelf klopt, weet je dat het fundament staat.

Het patroon is hetzelfde als bij meerdere projecten tegelijk en bij tool-sprawl in de groothandel: niet de systemen zelf zijn het probleem, maar de overdrachten ertussen. En heeft elke vestiging een eigen boekhouding, dan speelt ook wat er in CRM koppelen aan je boekhouding staat.

Veelgestelde vragen over meerdere vestigingen en één klantoverzicht

Hoe krijg je een centraal klantoverzicht over meerdere vestigingen?

Door de klant één keer vast te leggen, met de vestiging als eigenschap, en de systemen per vestiging daaraan te koppelen. Spreek eerst gedeelde definities af, bepaal per laag wie wat ziet, en laat de rapportage uit hetzelfde klantrecord komen in plaats van uit maandelijkse exports.

Moeten alle vestigingen hetzelfde systeem gebruiken?

Niet per se. Voor een centraal overzicht is één klantrecord met gedeelde definities belangrijker dan één pakket. Bestaande systemen per vestiging kunnen blijven zolang ze eraan gekoppeld zijn. Of ze op termijn opgaan in het geheel, beslis je daarna per vestiging.

Wie ziet welke klantgegevens in een franchiseorganisatie?

Dat bepaal je per laag: de vestiging ziet haar eigen klanten, een regio haar regio, het hoofdkantoor het geheel. Bij een franchiseformule leg je daarnaast in de afspraken met je franchisenemers vast welke gegevens centraal zichtbaar zijn en welke van de franchisenemer blijven.

Wil je zien hoe dat voor jouw organisatie werkt? Kijk bij software voor franchise en multi-vestiging, doe de Bedrijfs-OS scan of plan een gesprek om het klantbeeld over je vestigingen samen door te lopen.

Klaar om te weten waar jullie bedrijf tijd verliest?

De Quickscan duurt vijf minuten: acht korte vragen, en jullie zien direct waar het knelt. Vrijblijvend, of jullie daarna klant worden of niet.

Doe de Quickscan